Voorjaar, ook hier

-
Een nieuwe lente, een nieuw brood.
De vorm wijkt enigszins af en de kleur is ook niet je dàt maar toch: het eerste zelfgebakken brood van dit jaar.
Ook het vogelzaad liet van zich zien. Van de een op de andere dag schoot het omhoog, zie je? Nu vraag ik me af welke zaadjes eetbaar zijn, misschien kan ik ze opkweken en er een tweede brood van bakken. Stel je voor, een vogeltjeszaadbrood; na één boterham vliegen we tjilpend door de keuken en nippen van de koffie en gaan gezellig bij elkaar op de schouder zitten.
Maar laat ik me niet blij maken met een dooie boterham. 

Wat ik ook zeer des voorjaars vind is deze schaduw op de muur. In eerste instantie dacht ik aan een buitenmodelrat maar het was Moppie-die-eigenlijk-Devil heet; hij zat ineengedoken op de schutting, zijn kop opzijgedraaid om me te beloeren. Dacht zeker dat ik een lentemuis voor hem aan het vangen was.
‘No way Mop,’ berispte ik hem bij het geven van een kattensnoepje. Hij geneerde zich ‘n beetje, zodra ik hem het rattenbeeld liet zien verdween hij, schielijk en beschaamd.
Katerfatsoen, zullen we maar denken.

Al met al een goed begin van een nieuw seizoen.
-

Kaalslag

-
Niet teveel bomen kappen.

Houd rekening met de dieren!


Die koe…

… van weleer.
Bedicht door de linken
staat ze te verzinken.
Ze staart  naar de velden
-gevoelens zijn zelden-
en wij zien het aan.
We fietsen er langs
en we laten haar staan.
-
Een of twee jaar geleden had ik een logje over haar.
Ze is nog niets veranderd.
Alles heb ik afgezocht naar het oorspronkelijke bericht,  niet teruggevonden.
Spijtig.
-


Hondjes 1

-
Oud verhaaltje uit eerste weblog, 2005
-
Er zaten twee honden te wachten, vastgebonden aan het fietsenrek bij de bibliotheek.
Het waren kleine beestjes, de een was wit met ‘n lichtbruin gevlekte rug en de ander was  donkerbruin.
Met hun spitse oortjes, snuitjes en tandjes zagen ze er aantrekkelijk uit en bijna alle mensen die langs liepen waren vertederd, aaiden of tuttelden, maar de hondjes reageerden met matig enthousiasme. Ze hielden niet zo van dat gepoezel.
Het duurde nogal lang en na een kwartier werd de donkerbruine, die altijd al

...ging staan...

slecht luisterde, ongedurig.  Chagrijnig ging hij staan.
‘Hela ouwe, ‘ blafte hij naar de ingang, ‘komt er nog wat van’?
‘Hé joh’ jankte de lichtbruine die ‘n beetje kruiperig was, ‘niet doen, dat mag niet…’
‘Och jij, schijterd’ en hij blafte weer.  ‘Schiet es op baas, hoe lang duurt het nog?’
‘Ooooo, wat ben jij brutaal, dat ga ik straks vertellen, moet je zonder eten naar je nest’. De lichte watertandde al, hij voorzag een dubbele portie brokken.
De donkere draaide zich geërgerd om, en passant naar een flemend kind grauwend.
‘Hebberige klikspaan, moet je een schop?’ en hij trapte met zijn achterpoot naar de flank van de lichte.

...bangerik...

De lichte greep naar zijn zij, hoehoe-oe-oe-huilend van de pijn en een duet vormend met het geschrokken kind dat kwaad blèrend de donkere aan zijn staart trok.

Morgen het slot.
-


120 woorden-sprookje

-
-Ik verveel me, dacht Pers, ik moet wat leuks doen. Hij sprong op de vensterbank.
Zorgvuldig drapeerde hij zijn spierwitte vacht tussen knalgroene geraniums waar hij ging slapen met kiertjesogen, belust op publiek.
Een man kwam voorbij; knipogend.
Een echtpaar zwaaide, loom hief Pers zijn staartpunt. Kleine meisjes staarden verliefd; hij genoot. Altijd een succes, dit spelletje; lief likte hij een voetje.
Tot…
de  kop van Tijger verscheen. Hij grinnikte,  tilde aanstellerig een voorpoot en likte aan een klauw.
-Donderop, mimede Pers.
Hahaha…
- Ga terug naar Afrika, schlemiel.
Klakkend beet Tijger naar het raam.
Pers belde de Circusdirecteur. Die haalde Tijger subiet op en Pers ging tevreden verder met zijn spelletje.
- The world is mine, spon hij.
-


Waakhaan

-
Waar vind je dat?

Waakhaan

←Hier.

Het is een lollig beest en tamelijk waaks;  hij krijst wanneer iemand langs hem loopt. Nou ja, krijsen is wat overdreven maar van een schor en krakerig geluid mag je wel spreken.
Zo jammer dat ik het niet op kan nemen, je zou echt verbaasd staan van zijn  pedante ge-rochchchchele-pieieiep.
Alleen jammer dat hij weinig betrouwbaar is; tamelijk waaks noemde ik hem en dat is niet voor niks. Soms zwijgt hij; we weten  niet waarom. Dan weer begint hij tegen de televisie te kraaien, ook hiervan kennen we de reden niet, wìj zagen geen kip.
Het is sowieso een onbegrijpelijk wezen want zeg me, welke haan zit er nu op een salontafel?  Hij, dus.
Voor de foto had ik hem  in de serre gezet, op een sokkeltje, met een koffiekop ernaast om de grootte te bepalen  (het is een mieterig haantje) maar weet je wat?? In een seconde was hij weer binnen,  glurend van het raam naar de tv en ik zweer je dat zijn ogen bijna uitpuilden bij het horen van een kakelende bee-enster.
Stom beest.
-

‘Onze poes zit voor het raam…’

…maar dan buiten. Bij de voordeur,  van de zon te genieten.
Daar zat een van de buurkatten te krullen van welbevinden.
Door het melkglas zie je niets van de achtergrond, alleen een silhouet in gelig licht;  het was ontzettend komisch om dit van binnenuit te zien.
Af en toe keek hij naar binnen, dan zag je anderhalf puntoor.
Verderop in de straat heeft iemand een paar hondjes, lieve beestjes maar wat poseren betreft zijn katten uitgesproken winnaars.
Ze schakelen automatisch over op fotogeniek, waar ze ook gaan zitten/liggen/hangen.

   Klik voor vergroting. Niet dat je dan

veel méér ziet.  Alleen groter.    


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.