Intermezzootje

.
Weet U nog het een en ander van scheikunde, natuurkunde , biologie?
 Kijk dan eens in dit boek; ontzettend leuk om samen te doen met kinderen /kleinkinderen of gewoon voor de lol.
Hoewel het in 2008 is uitgegeven doet de  taal hier en daar wat ouderwets aan, ook staan er ‘n paar overbekende onderdelen in maar alles bij elkaar is het een goed boek voor lange en verregende zomerdagen.
Natuurlijk niet tegelijk met een zomerbiertje, dan wordt het een inter-me-zootje.
Een paar voorbeelden, daarna ga ik weer verder met sluimeren.
(Klik voor vergrotingen)
                                           
   

Orakelboek van de Liefde

_

We vragen:
Zijn we gelukkig?
 -  Je hebt de letter B gekozen: Iemand wiens naam met een B begint staat je in de weg.
Blijven we voor altijd bij elkaar?
 -  De Maagd dringt er bij je aan om ervan af te zien’
Houdt Moppie van ons?
 -  De steen die je hebt gekozen is de Smaragd: twijfel er niet eens aan.’
Is liefde echt blind?
 - De handlijnkundige ziet een lange middelvinger. Speel met het idee en kijk wat er gebeurt.
Bestaat ‘love at first bite’?
 -  De Kaarten zijn uit elkaar gevallen: de vraag die je stelt is een onmogelijkheid.
Houd ik van mijn medewebloggers?
  – Je hebt de Sodaliet gekozen: het kan zijn dat er al een beslissing is genomen.
Is liefde houdbaar?
  -  De Zigeunerin ziet een sprinkhaan in de kristallen bol: een toegenegen ja.
Is man’s maag bestand tegen mijn liefde?
  –  De Handlijnkundige ziet een onregelmatige zonnelijn. Tegenslag is waarschijnlijk.
Hè??
Wat een onfatsoenlijk antwoord zeg, sta ik daarvoor urenlang aan het fornuis.
Het boek gaat morgen meteen terug naar de bibliotheek.
Of zal ik de brandstapel nemen?
-

Boeken lezen

-
Door een logje bij Thérèse   dacht ik aan het al of niet uitlezen van een boek.
Voorheen las ik letterlijk alles, van de flaptekst tot de allerlaatste bijlage.  Daar ben ik mee gestopt.
Neem dit bijvoorbeeld:
….’Niet dat we de show stalen, het was al heel wat dat het ons lukte  om niet van de plank te vallen; nee, de show die we opvoerden was die van mannen die ook jong zijn geweest, en voor korte tijd hebben geloofd dat ze bepaalde  krachten echt zouden overwinnen, en in die periode een heleboel dingen hebben geleerd die later volmaakt zinloos bleken te zijn, zoals spelen op conga’s, of een munt tussen je vingers laten draaien zoals David  Hemmings in Blow Up, of je hartslag vertragen om een aanval van bradycardie te simuleren en afgekeurd te worden voor militaire dienst, of de ska dansen, of een joint rollen met één hand, of boogschieten, of  transcendentale meditatie, of, natuurlijk, surfen.’
Pffff….
Dit is een van de eerste zinnen uit het boek ‘Kalme chaos‘ van Sandro Veronesi (sorry, kan geen linken plaatsen)
Snel bladerend zag ik nog meer eindeloze teksten,  ze zijn nog uitgebreider dan die van wijlen Iris Murdoch,  een goede auteur maar soms ging ook zij zich te buiten aan langschrijverij.
Zinnen als deze moet je bijna bestuderen en doen me denken aan Duitse studieboeken, huiver, huiver.
Ik denk dat Kalme chaos een  mooi verhaal is;  toch heb ik het dichtgeslagen.
Je brein zou er buiten adem van raken.
-


Puzzel

-
Vanmorgen(eigenlijk gister)  zag ik toevallig de winnaarslijst van jaspers
Verrast zag ik dat ik er ook bij stond; een uurtje later bracht de postbode het gewonnen boek.
Mooie dingen zijn dat.
Ik win niet vaak met puzzelen, af en toe een boekenbon. Tientjeswerk, vijtien euro.
Deze dingen houden het leuk;  een kleine prijs geeft sjeu aan de bezigheid, net genoeg om met enthousiasme mee te doen. Een wedstrijdelementje is sowieso bevorderlijk voor deelname aan spelletjes, sporten en anderen hobbies.
En dan bedoel ik dit natuurlijk niet voor de ambitieuzen en beroeps.
Stel je voor,  alle winnende EK-schaatsers een cheque van 10 euro.
Messi belonen met een bon van € 25, te besteden in een sportzaak.
Vos een waardebon voor Bike-Total.
Alsof je de koningin een plastic kroontje schenkt.
Om je rot te lachen;  maar toch…
het zou de boel er een stuk gezelliger op maken.
-


Gedachtensprongen

-
Die treden op bij het kijken naar de televisie. Bij mij tenminste, veel meer dan bij leeswerk.
Ik ben geen geïnteresseerde tv-kijker maar vanavond zat ik er bij.
Er speelde een film over een zielige vrouw die we kenden. Niet echt, een vergelijkbaar type. Goh, weet je nog, zeiden we tegen elkaar, dat ze toen zo stellig was over huilende mannen? Die vertrouwde ze niet. O ja, dat was keihard.
Hierdoor dachten we weer aan die vreselijke fim van dat almaar huilende jochie, ik weet niet meer hoe en wat maar het gejammer joeg me bijna de deur uit.
We keken verder.
Een begrafenisscène deed me denken aan een tien jaar geleden gestorven zus, die onherkenbaar was opgebaard. Geen make up, opgestopte borsten, strak weggekamde haren. Droevig. Maar ja, protesteren had geen zin meer, bovendien waren wij daarvoor niet de aangewezen personen.
Ander programma. Oudje van André van Duin. Geschrokken zapte P. door maar het was te laat,  ik had Van Dusschoten gezien en lachte meteen. Pavlov, zeg maar. Kan me niet schelen wat ze van AvD zeiden, om een paar van hun sketches lach ik nog steeds. En herinnerde me ook een gesprek met mijn moeder die zo anti-André was dat het me ergerde en  hem verdedigde enzovoorts.

En zo dringen herinneringen zich op; goed of slecht maar steevast belangrijk. Allicht, anders zou je ze je niet herinneren.
Veel liever lees ik. In geschreven teksten verdiep ik me meer, kan me voorstellingen maken,  vind ik meestal spannender.
Boeken, tijdschriften, weblogs, biografieën, kranten, jampot-etiketten, eigenlijk alles waar letters op staan.
Vandaar dat ik nog steeds weet: Liga is k.k.v.h.k.
Of dat ook belangwekkend is?
Geen idee.
-


Tweedehands boek gekregen

-
Drie romans in één band.
‘Dit is echt iets voor jou, jij leest toch veel?’ 
De geefster leest zelf nooit,  kent geen schrijvers en gooit alle boeken op één hoop. Bijna. Ze onderscheidt  dikke boeken, boeken met een harde kaft, mooie omslag, grote letters en drie-boeken-in-een, zoals deze.
-Het zijn heel realistische boeken, zei ze er bij, weliswaar iets van vroeger maar toch mooi, zo ècht.
Tja. Nou.  
 Een drieboekenband met Leni Saris, Jos van Manen-Pieters en Henny Thijssing-Boer.
Ga er maar aan staan.
Om eventuele vragen (‘waren ze spannend?’) te kunnen beantwoorden heb ik ze gelezen en zag dat het al oudere werken betrof.
Ook dat nog.
Goed bedoeld, natuurlijk.
Daarom heb ik het maar bovenin de boekenkast gezet.
Een ereplaats.
-

Lispelen

 .
Hoe kom ik daarbij?
Ik zal het vertellen.
We hadden het over de  (niet-)verstaanbaarheid van presentators; dictie, articuleren en die dingen.
Daardoor dacht ik terug aan een jeugdboek.
Er kwam een scène in voor over een meisje dat door haar ouders naar een

Pruimen en prisma's

kostschool was gestuurd; omdat zij een toneeltroepje vormden was er voor de opvoeding te weinig tijd.

Dochter haalde een of ander damesdiploma en kwam thuis. Beeldschoon als ze was verheugde moeder zich op de mooie rollen die het meisje zou kunnen spelen.
Helaas, het kind lispelde en ook nog bijna geluidloos.
Wat de ouders ook probeerden, ze kregen er geen verstaanbaar woord uit.
‘Vroeger sprak je toch normaal? Zo bereik je het publiek niet,’ jammerden ze, ‘doe je mond dan verder open…’
‘Maar op school mocht dat juist niet, dat is uiterst onbeschaafd. We moesten elke dag honderd keer pruimen-en-prisma’s  zeggen, hardop, ZONDER de mond ver open te doen en nu kan ik deftig spreken…’
Tot zover het boek.
We lachten ons ziek toen we het lazen en je begrijpt dat we, een zus en ik, dagenlang liepen te prevelen ZONDER de mond ver open te doen!
‘Moe, gaan we heden pruimen eten?’ lispelden we deftig. ‘Klopt het dat de buurvrouw de B. een pruik draagt?’
Gelukkig voor mijn moeders welzijn was de aardigheid er gauw af; het is doodvermoeiend om op deze manier te praten. Bovendien konden we er niets van.
Wat ik me afvraag is, zou dit in werkelijkheid ook zo gegaan zijn? Een andere zus zat op een nonneninternaat,  een keurige school en daar leerde zij zulke dingen niet, zei ze.
Misschien was het iets van Engelse kostscholen, daar speelde het verhaal zich af.


Boek van Niccolò Ammaniti


Wil je een apart boek lezen?
Humoristisch, grotesk bijna, hilarisch, spannend,  met een zéér realistische ondertoon?
Neem dan
‘Laat het feest beginnen’ van Niccolò Ammaniti. 2010, oorspr.  titel  Che la festa cominci
Met opzet heb ik geen commentaren gezocht op Internet om me niet te laten beïnvloeden door critici. Dit is mijn persoonlijke bevindsel.
Het is een geweldig verhaal waarbij ik herhaaldelijk gniffelde om de uitgekiende beschrijvingen van enkele beroemdheden (te vergelijken met bee-enners).
—–
Een paar eenvoudige maar satangerichte mannen en één vrouw beramen een duister en duivels plan om iemand te offeren, teneinde hun zieltogende clubje nieuw leven in te blazen.
Ze raken echter verwikkeld in een absurd feest, georganiseerd door de rijkste man van Rome.  Een feest dat zijn weerga niet kent en de rijkaard moet introduceren bij het ‘belangrijkere’ volk,  uitgevers,  auteurs,  popzangeres, schoonheidskoningin, artsen, en meer van dit. Het loopt finaal uit de hand en uit op een drama.
Ammaniti beeldt de personen meesterlijk uit.  Je ziet ze voor je, van de armzalige duivelaanbidders tot de rijken, hetgeen meteen het sterkste punt is in dit boek.
De extra laag, die pas laat in het verhaal naar voren komt, zou het geheel een dimensie meer moeten geven, maar doordat het  matig uitgediept wordt komt het als een overtollig aanhangsel over, alsof het er met de haren bijgesleept is.
En dat is het enige negatieve commentaar dat ik heb.
Niettemin was het genieten!
Ik ben benieuwd hoe anderen er over denken.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.